Rij eens niet door het rood, alsjeblieft?

Als fietser moet je verdomd goed uitkijken. Ik reed gisterenavond met de fiets naar huis, en aan een druk kruispunt stak ik over toen het groen werd. Ik werd gegrepen door een auto die het rode licht negeerde. Aan m’n fiets is wel wat schade, bij mij valt het gelukkig mee. Twee gekneusde ribben en een lichte hersenschudding. Ik kan maandag gewoon weer gaan werken. Bij dezen wil ik alle fietsers toch even oproepen om uit te kijken in het verkeer, want je bent kwetsbaarder dan je denkt.

Een hersenschudding dus, net als die keer toen ik naar Moeskroen-Standard ging kijken. Na de wedstrijd werd ik op de trein naar huis aangevallen door de zware jongens van Standard. Enkel en alleen omdat ik m’n Moeskroensjaal droeg. Resultaat: hersenschudding, drie tanden én m’n mooie sjaal kwijt. Ik moet verdorie beter opletten als ik naar het voetbal ga.

 

773175756_ID7635461_rmp_124722_H3TTML_0

Of wacht, was dat in beide – gelukkig fictieve – gevallen wel helemaal mijn schuld? Ben je als fietser enigszins in fout als je netjes wachtte tot het groen werd en een automobilist toch door het rood vlamt? Is met een sjaal naar het voetbal gaan vragen om in elkaar getimmerd te worden? 

Het antwoord op de twee vragen hierboven is telkens nee. Toch zeggen mijn vrienden dat ik het zelf gezocht heb. “Je weet dat je op kruispunten aangereden kunt worden. “Het was nochtans groen en ik heb links en rechts gekeken voor ik overstak” is geen excuus, vriend”. Of “Tja, zo’n sjaal van Moeskroen dragen, da’s er natuurlijk wel wat om vragen”.  Ik voelde mij een slachtoffer, m’n vrienden vonden duidelijk van niet. Mijn gedrag had me fysieke letsels bezorgd, niet de daders.

Dat is exact wat victim blaming is. De schuld bij het slachtoffer leggen. Dat is exact wat de vrouw die afgelopen weekend naar een festival ging, er ongewenst betast en beschimpt werd, er haar verhaal over deed in de pers, overkwam. In de online reacties op haar relaas, was er één rode draad op te merken. “Ze had daar maar niet moeten zijn”, “Ze had zich maar niet zo moeten kleden”, “Ze heeft het zelf wel een beetje gezocht”.

Vervang de vrouw op het festival door het voorval van de fietser of de voetbalsupporter en stel jezelf dan de vraag waarom sommige mensen aanranding nog steeds goedpraten en de schuld bij het slachtoffer proberen leggen om zichzelf te vergoelijken. Van andermans lijf blijf je af. Punt. Tenzij je mondelinge of schriftelijke toestemming hebt. Je blijft met je poten van andere mensen af, net zoals je niet door het rood rijdt. 

Advertenties

Wij zijn beter

Een aanslag in Barcelona. Een terroristische aanslag. Eens te meer moeten we beseffen dat we een vijand hebben. Een vijand die ten allen tijde kan toeslaan, een vijand die ons kan raken in het diepste van onze waarden, eentje die het hart van onze samenleving kan doorboren.

Die vijand heeft een naam. Die afschuwelijke vijand heet niet Yusuf of Abdel, maar doodgewoon Pol. Pol, arisering. Polarisering zorgt ervoor dat we wij tegen zij zijn. Goed tegen kwaad. “Goed” als in wat wij als goed aanzien, “kwaad” als in wat we als kwaad ervaren. Club Brugge tegen Anderlecht, quoi. Antwerp tegen Beerschot. Willen we als samenleving beter zijn dan de gemiddelde voetbalhooligan met minder hersencellen dan een vuur kookplaten heeft? Als het van mij afhangt wel.

We zijn beter, we zijn godverdomme beter. We zijn slimmer, vooral dat. Gaan we onze gedachtengang laten afhangen van de Donald Trumps van deze wereld? De leiders die “zeggen wat de mensen willen horen”? Sorry, maar de voorzitter van Beerschot zou ook roepen dat “den Antwerp stinkt”, en dat is exact wat een Beerschotfan wil horen.

Ik pas daarvoor. Ik wil niet meedoen in het opbod van wij tegen zij. Omdat ik weet dat het “alleen geraken we er niet” is. Kunnen we dan nu alsjeblieft afstappen van de vooroordelen, van het achterlijke racisme dat de Donald Trumps van deze wereld stemmen oplevert? Laat ons verdorie eens gaan voor een “wij tegen niemand, maar voor een betere wereld”. Wedden dat er minder aanslagen zouden gebeuren? Wedden dat we ons allemaal beter gaan voelen? Wedden dat een Antwerpse voetbalploeg dan plots weer een Europese finale speelt? (Reken me alsjeblieft niet af op die laatste zin)

P.S. Polarisering zit niet in ons bloed. Zo zijn wij niet, nooit geweest. Het wordt ons opgedrongen door politici die zo snel mogelijk zo veel mogelijk zetels willen winnen. Wij zijn een volk dat voorbestemd is om samen te leven. Bourgondisch, gastvrij, maar vooral bourgondisch. ’t Zijn sommige politici die ons soms doen vergeten dat we best wel gastvrij zijn. Voor mij een frietje met mayonaise, een satéke en een boulet voor’t wachten.

Polaroid generation

Polaroid. Een foto nemen en onmiddellijk het prentje in handen hebben. Mooier kan ik hoe we leven niet meer omschrijven. Waar is het kleine joch gebleven dat een wegwerpcamera meenam op reis, zorgvuldig zijn 24 shots maakte en drie weken moest wachten op het uiteindelijke resultaat?

Weg. Instant gratification is de norm geworden. We doen iets, en verwachten dat het leven ons meteen resultaat geeft. Of de mensen rondom ons verwachten het. Niet morgen, niet vandaag, maar nu. Waar is de tijd van urenlang zoeken in bibliotheekboeken naar de informatie die we wilden, terwijl ze nu drie clicks en enkele seconden van ons verwijderd zit?

Vroeger waren we mijnwerkers. Kropen wekenlang diep onder de grond om samen met anderen te graven, schoppen, hakken, tot we uiteindelijk een ruwe diamant konden boventoveren. Vandaag stappen we de lift in en verwachten we dat op die vloer van de lift naar beneden al een aantal gepolijste edelstenen liggen te blinken.

Wanneer zijn we zo ongeduldig geworden? Wanneer is ASAP de standaard geworden? Waarom zijn we mails met als onderwerp “DRINGEND!” als prioriteit beginnen behandelen?

Ik zoek die antwoorden zelf ook, en ik ken ze niet. Ik vrees alleen dat het een onomkeerbare evolutie is geweest. Dat we niet meer weten wat tijd is, laat staan wat wachten juist inhoudt.

Fun fact: ik ben aan dit bericht begonnen in september 1997. Het is nu pas klaar, omdat de drukker het te druk had. Mijn excuses voor het wachten en bedankt voor je geduld.

#168

Goesting.
Ze is er sinds december. Of januari. Ze was er eigenlijk altijd, maar er lag zo’n dikke laag stof op. Begin februari blies ik er de laatste stofnetten uit. En ik vertrok. Acht kilometer, niet slecht voor iemand die al een half jaar niet meer gesport had.

Goesting was er altijd, en plots was er weer meer motivatie om iets met die goesting te doen. Thuis in je zetel hangen is zo verleidelijk en je vindt altijd wel een bespottelijk smoesje om in die zetel te blijven plakken. Mijn motivatie kwam per post. Een pakje van Decathlon, met daarin knappe fluo loopschoenen en de boodschap “succes met het halen van langere afstanden”. Weg was het laatste excuus “ik heb geen goeie schoenen”.

image

Zaterdag was de eerste grote test. Blaarmeersentrail. 18km, een afstand die ik wel zou aankunnen, dacht ik. “Jogske langs het water, dat doe ik in anderhalf uur”, dacht ik. Toen zag ik waar ik me werkelijk voor had ingeschreven: Belgisch kampioenschap voor de politie, zes rondjes van drie kilometer, zes keer over “de beruchte skiheuvel”. Alles onder de twee uur is goed, dacht ik. Niets dat je benen zo kan laten knetteren van verzuring als bergop lopen.

image

Ronde 1 werd aftasten. Parcours verkennen. Indelen, want weten dat er nog vijf rondjes volgen. 20 minuten bij mijn eerste doortocht aan de meet. Perfect op schema voor twee uur. Na ronde 1 wist ik dat ik de zwik in 1 uur en 40 minuten kon lopen. En dat deed ik.

P.s. Decathlon, mijn schoenen zijn gisteren erg vuil geworden, stuur nog eens een paar op alsjeblieft? 🙂

Grow a pair, wielerwereld

2012-cyclocross-zdenek-stybar-specialized-crux-1114-2

De wielerwereld is nog maar eens op z’n kop gezet. Deze keer heet de schuldige Femke Van den Driessche. Op het WK veldrijden in Zolder werd in haar fiets een motortje aangetroffen. Foei, Femke!

De wielerwereld schoot in een kramp waarin hij al vaker schoot dan een gepensioneerde na zes keer de Ventoux: Femke Van den Driessche werd uitgespuwd en met alle zonden van Israël en buurlanden overladen. Femke Van den Driessche. Een frêle, 19-jarig meisje met een blonde vlecht. Deze zomer wordt ze twintig, net oud genoeg om naar Tomorrowland te mogen gaan. En daar ontzettend dronken te worden en alle fouten te maken die een prille twintiger mag en moet maken.

In welke omstandigheden dat motortje in haar fiets terechtkwam en of ze er überhaupt zélf iets mee te maken had, is minder belangrijk dan de collectieve verontwaardiging van de hele wielerwereld. “Het is een geïsoleerd geval”, “een individuele actie”, “Ze moest zich schamen, ons imago zo bezoedelen!”
Of de “cheater” eigenlijk enige schuld trof, dat zien we dan wel weer. Pek en veren, dan pas vragen stellen.

Dat een 19-jarig meisje in het veldrijden voor de grote innovatie op gebied van doping zorgt, klopt niet. Al wie de wielerwereld al langer dan drie weken volgt, weet dat het járen duurt vooraleer nieuwe snufjes tot bij de beloften in het vrouwenveldrijden druppelen. Insinueer ik hiermee dat de grote jongens op de weg al langer met technische hulpmiddeltjes rijden? Je mag aannemen van wel. Alle revoluties op gebied van de kluit belazeren, kwamen van kapitaalkrachtige profploegen. Niet van 19-jarige meisjes met een blonde vlecht.

De wereld van Femke Van den Driessche is op zijn kop gezet, en de grote schuldige is de wielerwereld. Ik eis excuses, wielerwereld. Van elke ploegleider, renner, teambaas die er als de kippen bij was om Femke een publiek proces te geven, maar goed genoeg weet dat zij een ongelukkig slachtoffer is van de veel grotere leugens die al jaren in stand gehouden worden middels een zo zwierig klinkend Italiaans woordje “Omerta”.

Grow a pair, wielerwereld. Oneindig veel respect voor de eerste renner, ploeg, ploegleider, teameigenaar die nú zijn bek opentrekt. En voor heel de wereld roept: “Het is niet fair om met z’n allen een jong meisje te slachtofferen voor iets wat wij al jaren doen.” Wat heb je tenslotte nog te verliezen, elke leugen in de wielersport werd vroeg of laat achterhaald, dus neem de vlucht vooruit, doe het voor Femke.

Kom, wie durft?

 

 

2016, je dagen zijn geteld!

Hey 2016,

Jij kent me niet. Ik ken jou wel. Je bent een jaar. Dat zich aanbiedt met zo veel kansen en mogelijkheden. Dat doet een jaar altijd, meestal staat het eind december voor mijn deur. Wel, liefste 2016, deze keer sta ik in jouw voortuin. Ik sta te wachten tot je klaar bent met douchen en je aangekleed hebt en naar buiten komt. En dan sla ik je gewoon snoeihard op je bek. Kom buiten, als je durft!

Want ik ken jouw soort. 2015 heeft me klappen gegeven. Mij op de knieën gekregen. Maar ik ben telkens weer opgestaan. En nu ligt 2015 in een hoekje te bloeden en sta ik hier met mijn vuisten in de lucht te roepen dat jij naar buiten mag komen. Want als 2015 me niet kapot kon krijgen, dan ga jij dat ook niet kunnen, 2016. We weten allebei hoe dit gaat verlopen. Je gaat me raken. Een jaar vindt altijd wel een manier om me een tik te geven. Geluk, familie, gezondheid, geld, liefde, vrienden… Je zal wel iets vinden. Je gaat me raken, 2016, maar ik ben er klaar voor. En eind december lig jij daar te sterven op de vloer. En begin ik aan 2017.

Kom nu maar naar buiten, als je durft. Ik sta klaar. En ik ga jou de eerste mep geven. Zodat je je niets in je hoofd haalt. En weet wie de baas is. 2016, je bent nu al van mij. Neem je tijd, drink een koffie, want je zal hem nodig hebben.

Tot 1 januari!

Pang

Er is geen excuus. Er is werkelijk geen excuus om te vergoelijken dat getrainde agenten hun wapen op een veertienjarig meisje richten en de trekker overhalen. Dat het ‘maar’ een verfkogel was en dat zij potdorie gewapend was met glasscherven, nee, dat is nog steeds geen excuus. Er is geen excuus om te aanvaarden dat een kind in een jeugdinstelling ‘uitgeschakeld’ wordt op een manier als betrof het een tot op de tanden bewapende, volwassen gangster.

Meisjes van veertien horen niet in jeugdinstellingen te zitten, al zeker niet omdat hun gezin is moeten vluchten voor oorlogsgeweld. Ze hoeven in die veilige, beschermende omgeving al helemaal niet beschoten te worden door een korps opgeleide, bewapende en beschermde Antwerpse agenten. Er is geen excuus om dat te begrijpen. Er is geen excuus om te aanvaarden dat dat “nu eenmaal de maatschappij waarin we leven” is.
Ik walg van het feit dat dit in een vrij land kan gebeuren, de walging is des te groter omdat dit niet meer het land is zoals ik het ken. Maar zo mogelijk walg ik nog meer van de mening van mijn medemens, die toch maar op zoek gaat naar excuses om deze walgelijke politionele actie goed te praten of zelfs toe te juichen. Er is geen excuus, dus kom niet aandraven met non-argumenten als “voor de veiligheid”, of mijn trap in uw noten zal ook “voor de veiligheid” zijn. Er is geen excuus om je bek niet open te trekken, als je leest dat een meisje van veertien in de buik wordt geschoten door speciale eenheden van de politie. Een excuus is er niet.