Polaroid generation

Polaroid. Een foto nemen en onmiddellijk het prentje in handen hebben. Mooier kan ik hoe we leven niet meer omschrijven. Waar is het kleine joch gebleven dat een wegwerpcamera meenam op reis, zorgvuldig zijn 24 shots maakte en drie weken moest wachten op het uiteindelijke resultaat?

Weg. Instant gratification is de norm geworden. We doen iets, en verwachten dat het leven ons meteen resultaat geeft. Of de mensen rondom ons verwachten het. Niet morgen, niet vandaag, maar nu. Waar is de tijd van urenlang zoeken in bibliotheekboeken naar de informatie die we wilden, terwijl ze nu drie clicks en enkele seconden van ons verwijderd zit?

Vroeger waren we mijnwerkers. Kropen wekenlang diep onder de grond om samen met anderen te graven, schoppen, hakken, tot we uiteindelijk een ruwe diamant konden boventoveren. Vandaag stappen we de lift in en verwachten we dat op die vloer van de lift naar beneden al een aantal gepolijste edelstenen liggen te blinken.

Wanneer zijn we zo ongeduldig geworden? Wanneer is ASAP de standaard geworden? Waarom zijn we mails met als onderwerp “DRINGEND!” als prioriteit beginnen behandelen?

Ik zoek die antwoorden zelf ook, en ik ken ze niet. Ik vrees alleen dat het een onomkeerbare evolutie is geweest. Dat we niet meer weten wat tijd is, laat staan wat wachten juist inhoudt.

Fun fact: ik ben aan dit bericht begonnen in september 1997. Het is nu pas klaar, omdat de drukker het te druk had. Mijn excuses voor het wachten en bedankt voor je geduld.

#168

Goesting.
Ze is er sinds december. Of januari. Ze was er eigenlijk altijd, maar er lag zo’n dikke laag stof op. Begin februari blies ik er de laatste stofnetten uit. En ik vertrok. Acht kilometer, niet slecht voor iemand die al een half jaar niet meer gesport had.

Goesting was er altijd, en plots was er weer meer motivatie om iets met die goesting te doen. Thuis in je zetel hangen is zo verleidelijk en je vindt altijd wel een bespottelijk smoesje om in die zetel te blijven plakken. Mijn motivatie kwam per post. Een pakje van Decathlon, met daarin knappe fluo loopschoenen en de boodschap “succes met het halen van langere afstanden”. Weg was het laatste excuus “ik heb geen goeie schoenen”.

image

Zaterdag was de eerste grote test. Blaarmeersentrail. 18km, een afstand die ik wel zou aankunnen, dacht ik. “Jogske langs het water, dat doe ik in anderhalf uur”, dacht ik. Toen zag ik waar ik me werkelijk voor had ingeschreven: Belgisch kampioenschap voor de politie, zes rondjes van drie kilometer, zes keer over “de beruchte skiheuvel”. Alles onder de twee uur is goed, dacht ik. Niets dat je benen zo kan laten knetteren van verzuring als bergop lopen.

image

Ronde 1 werd aftasten. Parcours verkennen. Indelen, want weten dat er nog vijf rondjes volgen. 20 minuten bij mijn eerste doortocht aan de meet. Perfect op schema voor twee uur. Na ronde 1 wist ik dat ik de zwik in 1 uur en 40 minuten kon lopen. En dat deed ik.

P.s. Decathlon, mijn schoenen zijn gisteren erg vuil geworden, stuur nog eens een paar op alsjeblieft? 🙂

Grow a pair, wielerwereld

2012-cyclocross-zdenek-stybar-specialized-crux-1114-2

De wielerwereld is nog maar eens op z’n kop gezet. Deze keer heet de schuldige Femke Van den Driessche. Op het WK veldrijden in Zolder werd in haar fiets een motortje aangetroffen. Foei, Femke!

De wielerwereld schoot in een kramp waarin hij al vaker schoot dan een gepensioneerde na zes keer de Ventoux: Femke Van den Driessche werd uitgespuwd en met alle zonden van Israël en buurlanden overladen. Femke Van den Driessche. Een frêle, 19-jarig meisje met een blonde vlecht. Deze zomer wordt ze twintig, net oud genoeg om naar Tomorrowland te mogen gaan. En daar ontzettend dronken te worden en alle fouten te maken die een prille twintiger mag en moet maken.

In welke omstandigheden dat motortje in haar fiets terechtkwam en of ze er überhaupt zélf iets mee te maken had, is minder belangrijk dan de collectieve verontwaardiging van de hele wielerwereld. “Het is een geïsoleerd geval”, “een individuele actie”, “Ze moest zich schamen, ons imago zo bezoedelen!”
Of de “cheater” eigenlijk enige schuld trof, dat zien we dan wel weer. Pek en veren, dan pas vragen stellen.

Dat een 19-jarig meisje in het veldrijden voor de grote innovatie op gebied van doping zorgt, klopt niet. Al wie de wielerwereld al langer dan drie weken volgt, weet dat het járen duurt vooraleer nieuwe snufjes tot bij de beloften in het vrouwenveldrijden druppelen. Insinueer ik hiermee dat de grote jongens op de weg al langer met technische hulpmiddeltjes rijden? Je mag aannemen van wel. Alle revoluties op gebied van de kluit belazeren, kwamen van kapitaalkrachtige profploegen. Niet van 19-jarige meisjes met een blonde vlecht.

De wereld van Femke Van den Driessche is op zijn kop gezet, en de grote schuldige is de wielerwereld. Ik eis excuses, wielerwereld. Van elke ploegleider, renner, teambaas die er als de kippen bij was om Femke een publiek proces te geven, maar goed genoeg weet dat zij een ongelukkig slachtoffer is van de veel grotere leugens die al jaren in stand gehouden worden middels een zo zwierig klinkend Italiaans woordje “Omerta”.

Grow a pair, wielerwereld. Oneindig veel respect voor de eerste renner, ploeg, ploegleider, teameigenaar die nú zijn bek opentrekt. En voor heel de wereld roept: “Het is niet fair om met z’n allen een jong meisje te slachtofferen voor iets wat wij al jaren doen.” Wat heb je tenslotte nog te verliezen, elke leugen in de wielersport werd vroeg of laat achterhaald, dus neem de vlucht vooruit, doe het voor Femke.

Kom, wie durft?

 

 

2016, je dagen zijn geteld!

Hey 2016,

Jij kent me niet. Ik ken jou wel. Je bent een jaar. Dat zich aanbiedt met zo veel kansen en mogelijkheden. Dat doet een jaar altijd, meestal staat het eind december voor mijn deur. Wel, liefste 2016, deze keer sta ik in jouw voortuin. Ik sta te wachten tot je klaar bent met douchen en je aangekleed hebt en naar buiten komt. En dan sla ik je gewoon snoeihard op je bek. Kom buiten, als je durft!

Want ik ken jouw soort. 2015 heeft me klappen gegeven. Mij op de knieën gekregen. Maar ik ben telkens weer opgestaan. En nu ligt 2015 in een hoekje te bloeden en sta ik hier met mijn vuisten in de lucht te roepen dat jij naar buiten mag komen. Want als 2015 me niet kapot kon krijgen, dan ga jij dat ook niet kunnen, 2016. We weten allebei hoe dit gaat verlopen. Je gaat me raken. Een jaar vindt altijd wel een manier om me een tik te geven. Geluk, familie, gezondheid, geld, liefde, vrienden… Je zal wel iets vinden. Je gaat me raken, 2016, maar ik ben er klaar voor. En eind december lig jij daar te sterven op de vloer. En begin ik aan 2017.

Kom nu maar naar buiten, als je durft. Ik sta klaar. En ik ga jou de eerste mep geven. Zodat je je niets in je hoofd haalt. En weet wie de baas is. 2016, je bent nu al van mij. Neem je tijd, drink een koffie, want je zal hem nodig hebben.

Tot 1 januari!

Pang

Er is geen excuus. Er is werkelijk geen excuus om te vergoelijken dat getrainde agenten hun wapen op een veertienjarig meisje richten en de trekker overhalen. Dat het ‘maar’ een verfkogel was en dat zij potdorie gewapend was met glasscherven, nee, dat is nog steeds geen excuus. Er is geen excuus om te aanvaarden dat een kind in een jeugdinstelling ‘uitgeschakeld’ wordt op een manier als betrof het een tot op de tanden bewapende, volwassen gangster.

Meisjes van veertien horen niet in jeugdinstellingen te zitten, al zeker niet omdat hun gezin is moeten vluchten voor oorlogsgeweld. Ze hoeven in die veilige, beschermende omgeving al helemaal niet beschoten te worden door een korps opgeleide, bewapende en beschermde Antwerpse agenten. Er is geen excuus om dat te begrijpen. Er is geen excuus om te aanvaarden dat dat “nu eenmaal de maatschappij waarin we leven” is.
Ik walg van het feit dat dit in een vrij land kan gebeuren, de walging is des te groter omdat dit niet meer het land is zoals ik het ken. Maar zo mogelijk walg ik nog meer van de mening van mijn medemens, die toch maar op zoek gaat naar excuses om deze walgelijke politionele actie goed te praten of zelfs toe te juichen. Er is geen excuus, dus kom niet aandraven met non-argumenten als “voor de veiligheid”, of mijn trap in uw noten zal ook “voor de veiligheid” zijn. Er is geen excuus om je bek niet open te trekken, als je leest dat een meisje van veertien in de buik wordt geschoten door speciale eenheden van de politie. Een excuus is er niet.

Dagen zonder Whiskas

Dagen Zonder Vlees. Een nobel initiatief om 40 dagen lang zo weinig mogelijk vis noch vlees te eten. Ik juich dat toe, dat mensen zich daarvoor engageren. Maar zelf kan ik het niet. Veertig dagen lang weerstaan aan een lekkere steak au poivre, stoofvlees, vol-au-vent of een Bicky Burger of spaghetti bolognaise aan mijn neus laten voorbijgaan: no can do. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.

“Maar Jochem, denk toch aan je ecologische voetafdruk?!” Goed dat u het opmerkt. Ik heb geen auto, want zo’n Tesla is nog te duur. Ik sta dus niet elke dag tuffend in de file op het viaduct van Vilvoorde mijn kop te breken over wat ik des avonds zal consumeren – want vlees éét je niet, dat “consumeer” je blijkbaar – in plaats van een schnitzel. Ik doe mijn afwas al jaar en dag met Ecover-spul, ik douche niet langer dan strikt noodzakelijk (2 minuten, that is), recycleer netjes mijn afval en heb vooralsnog geen kinderen. Dus met mijn ecologische voetafdruk zit het – naar eigen aanvoelen – tamelijk snor. Een gemiddelde snor, geen extreme snor.

Ik doe dus wel een beetje mijn best voor dat milieu. Natuurlijk zou ik nog meer moeite kunnen doen en toch proberen om mijn ecologische voetafdruk Gobelijnsnor te krijgen, maar ik vind dat ik al genoeg druppeltjes op een hete plaat mors. Ja, ik besef dat vegetariër zijn beter is, maar ik zal het waarschijnlijk nooit worden. Net zoals niet-vleeseters vast ook nog wat meer moeite kunnen doen voor een betere wereld, maar ook niet als holbewoners willen leven. Vegetariërs aller landen, als jullie mij ongestoord mijn stoofvlees laten eten, zal ik geen opmerkingen meer maken over de porties Whiskas die jullie jullie katten voeren. Want dat houdt ook geen steak.

Disclaimer: Met de gemiddelde vegetariër heb ik werkelijk geen énkel probleem, integendeel. Wel met het soort dat niet zal rusten voor we allemaal op distels kauwen.

Voetbal, ze moesten het verbieden!

Voetbal. Of je houdt zielsveel van het spelletje, of het kan je niets schelen en je brengt de avond van de Champions League-finale dan ook het liefst zo ver mogelijk van een tv-scherm door. Maar voetbal doet niemand kwaad.

Voetbalsupporters. Je bent er eentje in hart en nieren, nog voor je kon spreken neuriede je het clublied van Jouw Helden al mee. Of ook niet, want voetbal interesseert je minder dan een demente goudvis die zijn postzegelverzameling ordent. Voetbalsupporters doen niemand kwaad.

Hooligans. Mensen die nooit een postzegelverzameling, noch goudvis hadden en daarom voetbal aangrijpen als excuus om wat op elkaars voorgevel te timmeren. Hooligans hebben al vaak kwaad veroorzaakt.

Gelukkig zijn we allemaal verstandig genoeg om het onderscheid te maken tussen een vuilbekkende bierton die agenten in elkaar ramt en de brave huisvader, die zijn zoon – obligate hot dog in de hand – voor de eerste keer meeneemt naar dat grote stadion. De eerste is een hooligan, de tweede is een voetbalsupporter. Zo slim zijn we wel.

Vreemd genoeg verliezen sommigen datzelfde inschattingsvermogen als het over de islam, moslims en extremisten gaat. De islam doet niemand kwaad. Moslims doen niemand kwaad. Extremisten wel, want zij misbruiken hun geloof om chaos en paniek te zaaien. En dat zorgt bij sommige mensen blijkbaar voor de gekke kronkel om élke moslim te brandmerken als een gevaarlijke gek die ze liever niet in hun buurt hebben. Een hoogst oneerlijke denkfout, als je’t mij vraagt.

Had voetbal dan ook maar verboden moeten worden na het Heizeldrama? Moest de 16-jarige die samen met zijn vriendinnetje naar het voetbal ging dan maar preventief een stadionverbod krijgen? Want voetbal is tenslotte een voedingsbodem voor hooliganisme, als ik dezelfde piste bewandel.

Net zoals de islam miljoenen nette moslims verenigt, verenigt voetbal miljoenen brave supporters. ’t Zijn de hooligans die het verkloten.